Niet naar het museum

Boijmans in de klas. Foto: Fred Ernst

Vijf redenen waarom musea buiten de muren treden

Musea vinden het belangrijk dat ze veel bezoekers trekken. ‘Over de hele linie is het museumbezoek weer toegenomen,’ meldt de NOS over het afgelopen jaar. Ook de Museumvereniging publiceert ieder jaar cijfers waaruit blijkt dat museumbezoek blijft stijgen. Musea bereiken bovendien steeds vaker mensen buiten de museumzalen. Waarom kiezen musea voor programmering op andere plekken? En is het erg als publiek vervolgens niet naar het museum zelf komt? Aan de hand van vijf voorbeelden onderzoeken we redenen waarom musea buiten de muren treden.

1. Nieuwe doelgroepen bereiken
Musea proberen mensen te bereiken die niet zo snel in aanraking komen met kunst en voor wie museumbezoek niet vanzelfsprekend is. Programmering buiten het museum is daarvoor één van de middelen. De Kunsthal organiseert dit jaar voor de vierde keer het project ‘All you can Art’. Tijdens de editie van 2019 trok kunstenaar David Bade de Rotterdamse wijken in. Ook dit jaar is ‘All you can art’ in verschillende wijken in de stad aanwezig. De kunstenaars willen een verbinding leggen tussen mensen met verschillende achtergronden, instellingen en gemeenschappen. De Kunsthal en partner Instituto Buena Bista Curaçao wonnen in 2018 met ‘All you can Art’ de &Award voor inclusie in de cultuursector. Toch blijkt het soms moeilijk om nieuwe doelgroepen te bereiken. Johan Gielen, hoofd educatie en publiek bij de Kunsthal zegt hierover: ‘Er is weerstand in bepaalde hoeken en het is moeilijk om bepaalde mensen te bereiken […] maar mijn tip zou zijn om er heilig in te blijven geloven en stug door te gaan.’

2. Mensen die niet naar het museum kunnen
Er is ook een grote groep mensen die fysiek niet naar het museum kan komen. Om bijvoorbeeld ouderen in verzorgingshuizen te bereiken, wordt in Utrecht het programma Museum voor 1 dag aangeboden waarbij museumdocenten naar verzorgingshuizen toe gaan. Angela Manders ontwikkelde dit programma samen met zorgvoorziener AxionContinu. ‘De aanleiding was dat de zorgvraag van ouderen in zorgcentra steeds groter wordt,’ vertelt Manders. ‘Het vermogen van deze ouderen om op pad te gaan wordt […] steeds kleiner vanwege grotere rolstoelen en intensievere begeleiding. Museum Voor 1 Dag werkt op locatie en is speciaal ontwikkeld voor de ouderen.’ Museummedewerkers gaan naar verzorgingshuizen toe ter vervanging van museumbezoek. Omdat de vraag naar het programma toeneemt, onderzocht Manders hoe een app kon worden ingezet om nog meer ouderen in contact te brengen met kunst. Manders zette de bestaande app Second Canvas in, die de ouderen samen met hun begeleider of verzorger kunnen bekijken. ‘Via Second Canvas kunnen ‘topstukken’ uit de Utrechtse musea zo toegankelijk gemaakt worden voor de ouderen die niet naar de musea kunnen. Dit programma biedt de ouderen een bijzondere beleving, zowel visueel als auditief.’ De reacties zijn positief. Zo vertelde één van de begeleiders bijvoorbeeld dat bewoners op deze manier deel kunnen uitmaken van een kunst- en cultuurwereld, die normaal gesproken buiten het bereik ligt wanneer je in een verpleeghuis terecht komt. ‘De mensen worden serieus genomen, en uitgenodigd om mee te denken.’

3. Het museum is dicht
Museum Boijmans Van Beuningen is langdurig gesloten vanwege een grootschalige renovatie. Medewerker onderwijs Inèz Veldman ontwikkelde het programma ‘Boijmans in de Klas’ waarmee de collectie zichtbaar, bekend en levendig wordt gehouden onder scholieren door naar de scholen toe te gaan. Tijdens deze lessen gaan er echte collectiestukken mee naar de klas. De reacties zijn heel enthousiast en het programma is voor dit schooljaar al helemaal volgeboekt. ‘Gelukkig bieden we ‘Boijmans in de Klas’ ook volgend schooljaar nog aan,’ zegt Veldman. ‘Het is ook heel bijzonder en leerzaam om als museum nu eens te gast te zijn op scholen en de rollen om te draaien!’. Het lukt goed om op deze manier de collectie te delen met publiek, ook al is het museum gesloten. Maar het is ook een ingewikkeld proces om met de collectie op pad te gaan. ‘Het biedt op verschillende terreinen uitdagingen (denk bijvoorbeeld aan klimaatbeheersing, vereisten van een ruimte, transport, et cetera, maar dat maakt het ontzettend leerzaam.’ Veldman vindt het programma goed werken en hoopt dat de scholieren later alsnog naar het museum zullen komen. ‘Straks (over 6 jaar) zijn ze natuurlijk van harte welkom in ons vernieuwde museum. Over 1,5 jaar opent ons nieuwe depotgebouw, dat toegang biedt tot onze gehele collectie. Dus dat duurt gelukkig niet meer zo lang.’

4. Delen van kennis en collectie
Bert Mennings, directeur van het Limburgs Museum in Venlo, wil eveneens de collectie van het museum buiten de muren tonen. Ook voor hem is het bereiken van nieuwe doelgroepen, zoals hierboven besproken, een drijfveer. Een tweede reden is dat hij het belangrijk vindt om kennis en collectie te delen met andere Limburgse instellingen. In een interview vertelt hij hierover: ‘Museum-jaarkaarthouders en families weten het Limburgs Museum goed te vinden, maar we streven naar grotere sociaal-culturele diversiteit en geografische spreiding. We willen mensen uit alle lagen van de bevolking bereiken uit heel Limburg.’ Dit doet het museum door collectie uit te lenen aan partners, zoals deze winter aan Museum Valkenburg. ‘We lenen niet alleen uit, maar ondersteunen ook in vormgeving en marketing. Museum Valkenburg verwijst weer naar het Limburgs Museum en zo snijdt het mes aan twee kanten.’ Op deze manier treedt het museum dus buiten de muren met als doel collectie en kennis te delen.

5. Ruimte voor alternatieve programmering
Buiten de museummuren is ook ruimte voor alternatieve programmering die niet altijd in het museum past. Diverse musea presenteerden zich de afgelopen jaren op festivals zoals Lowlands en De Parade. Daarbij gaat het deels om het bereiken van nieuwe doelgroepen, maar het biedt ook ruimte voor een meer speelse programmering. Zo experimenteerden Eye Filmmuseum en DROPSTUFF met de verbinding tussen de echte en virtuele werkelijkheid via het project Carnaval des Moutons, dat langs diverse festivals trok. Eye presenteerde zich in 2018 ook in het Parademuseum, een concept van Johan Idema, waarin de afgelopen jaren steeds een ander museum te zien was. Idema zegt hierover: ‘Het Parade Museum laat drie jaar op rij zien wat een museum op een festival te bieden heeft. Geen objecten in vitrines of aan de muur: we gaan het museum opnieuw uitvinden.’

Genoeg redenen dus om als museum buiten de muren te treden. Om mensen te bereiken voor wie naar het museum gaan een flinke drempel is, blijkt het lonend om het museum te verlaten en naar hen toe te gaan. Het past bij de missie van musea om hun collectie voor zoveel mogelijk mensen zichtbaar te maken. Als mensen op die manier met kunst en cultuur in aanraking komen – of zoals in het geval van de ouderen, kunnen blijven – is het niet zo erg dat ze vervolgens niet alsnog het museum bezoeken. De verschillende voorbeelden laten zien dat programmering elders mogelijkheden biedt om nieuwe doelgroepen te bereiken en als museum zelf ook verrast te worden en veel te leren. En dan blijkt het niet zo erg om dan te zeggen: ‘We gaan vandaag niet naar het museum’.

Tekst: Sophie Heijkoop, Culturele vacatures
Datum: 23/01/2020