Op een zonnige middag is het rustig in de tuin van het Stadsklooster Utrecht. Vogelgeluiden vullen de stilte, af en toe loopt iemand langs het terrein en vanuit de toren klinkt de kerkklok. “Samen met de moskee verderop aan de Kanaalstraat is dat echt de soundtrack van Lombok,” zegt freelance marketeer Evelien van der Kooi. De voormalige katholieke kerk biedt tegenwoordig ruimte aan concerten, exposities, lezingen en gesprekken over zingeving. Wat begon als buurtinitiatief is uitgegroeid tot een culturele ontmoetingsplek in de Utrechtse wijk Lombok. We spreken met Evelien over het werken in de cultuursector, de uitdaging om een kerk toegankelijk te maken voor een nieuw publiek en over de grenzen die ze als freelancer heeft leren stellen.
Sinds januari werkt Van der Kooi hier als marketing- en communicatieprofessional. Ze kwam de vacature tegen op Culturele vacatures. “En dat terwijl ik hier vierhonderd meter vandaan woon! Ik kende het Stadsklooster wel en was er een keer naar een concert geweest, maar ik dacht eigenlijk altijd dat het een buurtinitiatief met alleen vrijwilligers was. Dus toen ik die vacature zag, dacht ik: werken hier ook professionals?” Het sprak haar direct aan. “Het zit precies op het raakvlak van erfgoed en cultuur, wat ik heel interessant vind. Daarnaast leek me gewoon heel leuk om zo hyperlokaal te werken. Dat je echt iets bijdraagt aan je eigen wijk.”
“Ik dacht eigenlijk altijd dat het een buurtinitiatief met alleen vrijwilligers was. Dus toen ik die vacature zag, dacht ik: werken hier ook professionals?”
Bezig zijn in je eigen wijk
Sinds Evelien bij het Stadsklooster werkt, kijkt ze ook anders naar haar eigen wijk. “Van die dingen die in the greater scheme of things misschien helemaal niet zo belangrijk lijken. We hadden hier bijvoorbeeld een lokale supermarkt die dicht ging. Dan denk je eerst: jammer, want daar deed ik mijn boodschappen. Maar daarna dacht ik ook meteen: oh, dan missen we weer een posterplek. Daar konden we altijd fijn flyers neerleggen.” Dat lokale spreekt haar aan. “Op 5 mei is Lombok één grote vrijmarkt. Daar ging ik altijd al naartoe als bezoeker. Ineens wordt dat ook voor je werk een belangrijk moment, omdat je zichtbaar wilt zijn. Dan helpt het ook wel dat je hier woont: de wijk is echt een belangrijke doelgroep.”

Die zichtbaarheid is belangrijk, want het Stadsklooster kent volgens Van der Kooi een drempel die de meeste andere culturele organisaties niet hebben: mensen moeten eerst een kerk binnenstappen. “Dat is qua marketing de grootste uitdaging: mensen één keer over de drempel krijgen. Als je hier voorbij loopt, denk je gewoon: het is een kerk. Je moet maar net doorhebben dat er iets anders gebeurt.” Toch merkt ze dat die aarzeling meestal verdwijnt zodra mensen eenmaal binnen zijn. “Dan snappen ze het wel; we zien ook vaak dat ze terugkomen.” Grote posters die buiten hangen, helpen bij deze eerste stap. “Als ik tijdens mijn lunchpauze zie dat mensen daar echt naar kijken en vervolgens naar binnen lopen, vind ik dat ontzettend leuk.” Zo probeert het Stadsklooster die eerste kennismaking op allerlei manieren zo laagdrempelig mogelijk te maken: met gratis open podia, lunchconcerten, samenwerkingen in de wijk en een programmering waarin lokale makers een podium krijgen.
Vragen stellen in plaats van antwoorden krijgen
Wie eenmaal de drempel over is gestapt, ontdekt al snel dat het Stadsklooster meer is dan een concertlocatie. “Eigenlijk is alles wat we programmeren gekoppeld aan het gebouw”, vertelt Van der Kooi. “Muziek klinkt hier gewoon prachtig. We organiseren veel akoestische concerten en ligconcerten; dat werkt hier heel goed door de ruimte die we hebben. Ook alles wat met zingeving te maken heeft past hier goed. Dat komt logisch voort uit de context van het gebouw, maar dan zonder het religieuze element.”

Het programma is breed: naast concerten zijn er exposities, filosofiecursussen, schrijfworkshops en gesprekken. Van der Kooi ziet daarin een duidelijke lijn. “Het gaat in het Stadsklooster meer om vragen stellen dan om antwoorden krijgen. Het is niet een podium dat zich heel activistisch uitspreekt. Het is echt een plek waar je vragen kunt stellen zonder dat daar meteen een oordeel op komt.” Na de opening van een tentoonstelling schuiven bezoekers bijvoorbeeld vaak aan voor een nagesprek met de kunstenaar. “Je hoeft niet per se naar huis te gaan met een antwoord, maar wel dat je weer even hebt stilgestaan bij de grotere vragen in het leven.”
“Je hoeft niet per se naar huis te gaan met een antwoord, maar wel dat je weer even hebt stilgestaan bij de grotere vragen in het leven.”
Programmering met rafelrandjes
Zelf heeft ze een zwak voor de maandelijkse open podia. “Die zijn gratis en bieden vaak een eerste podium aan lokaal talent. Veel beginnende artiesten vinden het heel bijzonder om in zo’n kerk op te treden. De akoestiek is prachtig en het voelt toch anders dan een regulier podium.” Soms krijgt een optreden een extra lading die van tevoren niet was bedacht. Van der Kooi vertelt over een Iraanse pianiste die na afloop vertelde hoe bijzonder het voor haar was om in een kerk te spelen. “Vanuit haar achtergrond waren religieuze gebouwen heel gesloten en ver van de mensen af. Voor haar was het echt een eyeopener dat zo’n plek ook op zo’n laagdrempelige manier kan bestaan.” Dat soort verhalen maken volgens haar duidelijk wat het Stadsklooster wil zijn. “Ik vind het ook leuk als we een programma maken dat een beetje schuurt. Je kunt toch niet om die kerkelijke context heen, dan is het juist mooi als daar ook wat rafelrandjes in zitten.”

Het huidige Stadsklooster ontstond uit een buurtinitiatief toen de katholieke kerk haar deuren dreigde te sluiten. Van der Kooi vertelt het verhaal met zichtbaar enthousiasme. “Bij de laatste kerstmis is initiatiefnemer Jeroen Kwaaitaal op het altaar gesprongen met de vraag: ‘Wat gaan we doen met deze plek?’ Dat vind ik echt een fantastisch verhaal.” Vanaf dat moment groeide een beweging van buurtbewoners die het gebouw wilden behouden voor de wijk. “Zo is het Stadsklooster eigenlijk gered. Echt vanuit de buurt.”
Wisselwerking tussen kunst en publiek
Van der Kooi rolde niet via een communicatieopleiding het vak in. “Ik heb Theater-, Film- en Televisiewetenschappen gestudeerd en daarna twee masters gedaan: Film- en Televisiewetenschappen en Arts and Society.” Tijdens haar studie verschoof haar interesse langzaam, van film naar wat film met mensen doet. “Je kunt heel erg bezig zijn met analyseren wat er op het scherm gebeurt, maar ik merkte eigenlijk dat juist die relatie met het publiek me aansprak. Wat gebeurt er in die wisselwerking?”

Ze schreef voor studentenkranten, liep stage bij een filmtijdschrift en dacht korte tijd dat ze filmjournalist zou worden. Toch bleek ook dat niet helemaal te passen. “Ik dacht: is het nou zo belangrijk of ik mensen ga vertellen of een film goed is of niet? Ik vind die matchmaking tussen een kunstproject en de juiste doelgroep veel interessanter dan het vellen van een objectief oordeel.” Via haar stage bij filmblad Preview kwam ze voor het eerst in aanraking met publiciteit en marketing. “Toen dacht ik echt: volgens mij is dit het voor mij!” Alles wat ze over communicatie en marketing weet, leerde ze vervolgens in de praktijk. Inmiddels werkt ze voor uiteenlopende opdrachtgevers, al zit daar volgens haar wel een duidelijke grens aan. “Ik zou geen marketingcommunicatie kunnen doen voor een consultancybureau. Voor mij zit de energie echt in de thematiek.” Die thematiek vindt ze in opdrachten op het snijvlak van cultuur, erfgoed, natuur en maatschappelijke vraagstukken.
“Ik vind die matchmaking tussen een kunstproject en de juiste doelgroep veel interessanter dan het vellen van een objectief oordeel.”
Kruisbestuiving tussen opdrachten
Naast haar werk voor het Stadsklooster is Van der Kooi onder meer betrokken bij Open Monumentendag Utrecht en het Nederlands Silent Film Festival. “Ik werk best wel breed. Er zijn een aantal thema’s die ik interessant vind: cultuur, film, erfgoed, natuur en duurzaamheid. Het liefst heb ik opdrachten waarin meerdere van die elementen samenkomen.” Van der Kooi merkt dat haar opdrachten elkaar regelmatig beïnvloeden. “Je kijkt overal met een frisse blik; je ziet op verschillende plekken wat werkt en wat minder goed werkt. Dat houdt je scherp en zorgt ervoor dat je ideeën en perspectieven uit verschillende opdrachten kunt meenemen.” Die kruisbestuiving is volgens haar misschien wel het grootste voordeel van het freelancen. De context verschilt, maar de vragen die organisaties bezighouden lijken vaak verrassend veel op elkaar. Hoe bereik je een nieuw publiek? Hoe blijf je zichtbaar? Hoe zorg je dat bezoekers komen en terugkomen?

Tegelijkertijd erkent ze dat het combineren van verschillende opdrachtgevers soms ook hectisch kan zijn. “Deze week combineer ik bijvoorbeeld vijf verschillende klussen. Als je daarover nadenkt, is dat best veel. Ik zal ook echt niet doen alsof ik de perfecte balans heb.” In de loop der jaren heeft ze geleerd dat overzicht minstens zo belangrijk is als enthousiasme. “Ik houd een Excel bij waarin ik per maand inschat hoeveel uur ik aan iedere klus kwijt ben. Dat is ook een beetje een realitycheck voor mezelf. Want ik vind zoveel leuk; dat is meteen het gevaar.” Die eerlijkheid naar zichzelf betekent soms ook dat ze opdrachten moet laten schieten. “De afgelopen periode heb ik ‘nee’ moeten zeggen tegen hele leuke klussen. Dat vind ik jammer, maar uiteindelijk vind ik het belangrijk dat het werk dat ik aflever kwalitatief goed is.”
Omdat ze bewust kiest welke opdrachten ze aanneemt, blijft er ruimte om zich echt in ieder project te verdiepen. Of ze nu werkt voor een filmfestival, een erfgoedevenement of het Stadsklooster, steeds draait het om dezelfde vraag: hoe maak je mensen nieuwsgierig naar iets wat ze nog niet kennen? Een vraag waar ze voorlopig nog niet op uitgekeken is.
| Loopbaanadvies: bewaak je eigen grenzen Volgens Van der Kooi is grenzen stellen in de culturele sector niet altijd vanzelfsprekend. Tijdens haar studie kreeg ze vaak te horen dat je vooral veel vrijwilligerswerk moest doen, overal ‘ja’ op moest zeggen en voortdurend moest netwerken. “Er hangt soms nog het idee dat het normaal is om te lijden in de culturele sector. Dat je heel veel werkt voor weinig geld en er van alles naast doet. Natuurlijk zijn er piekmomenten, zeker rond evenementen en festivals, maar we houden daarmee soms ook een ongezonde werkcultuur in stand.” Inmiddels maakt ze daarin bewust andere keuzes. “Ik heb vijf dagen in de week die ik aan werk wil besteden, het liefst vier. Dan houdt het gewoon op. Vrienden, familie en sporten zijn voor mij heel belangrijk. Als ik te veel werk en over grenzen heenga, gaat dat ten koste van die andere dingen.” Haar advies aan starters is dan ook verrassend eenvoudig. “We mogen best wat liever voor onszelf zijn.” |
In de rubriek Follow Up geven we gezicht en vervolg aan vacatures waarvoor via onze site is geworven. Heb jij ook een nieuwe baan gevonden via Culturele vacatures en vind je het leuk om mee te doen? Mail naar follow-up@culturele-vacatures.nl!