Sinds november 2025 is Anne van Lienden directeur bij Verwey Museum Haarlem. Anne begon direct na haar afstuderen haar carrière in musea als junior conservator bij het Scheringa Museum voor Realisme, en was de afgelopen vijftien jaar werkzaam als conservator bij het Singer Laren. Nu maakt ze de overstap van kunstmuseum naar stadsmuseum, en van conservator naar directeur. Wij spraken met Anne over hoe zij deze overgang de afgelopen maanden heeft ervaren en over haar plannen voor het Verwey Museum Haarlem. “Als mensen eenmaal de weg naar ons weten te vinden, dan zijn ze laaiend enthousiast over wat ze hier zien.”
“Van kinds af aan ben ik door mijn ouders meegenomen naar musea, naar het theater, maar ook naar kerken op vakantie en zo,” vertelt Anne, “dus de interesse voor cultureel erfgoed is mij met de paplepel ingegoten.” Kunstgeschiedenis vond ze al op de middelbare school het leukste vak, en tegen de tijd dat ze ging studeren was het voor Anne duidelijk dat ze het liefst in een museum zou gaan werken. Hoewel ze toentertijd in de buurt van Groningen woonde, koos ze er toch voor om aan de UVA te gaan studeren, vanwege de grotere hoeveelheid musea in de Randstad.
“Mijn persoonlijke belangstelling lag met name bij moderne kunst, en aan de UVA boden ze een master Culturele Studies aan met drie verschillende richtingen, waarvan er één museologie was. Zodoende ben ik een gecombineerde dubbele master gaan doen: Kunstgeschiedenis van de Moderne Tijd en Museologie. Dankzij deze studie kwam ik met een andere blik in musea dan alleen om de kunst te bekijken, onderzoek te doen en erover te schrijven. We leerden daarnaast ook hoe tentoonstellingen worden gemaakt en bekeken zelfs de financiële en bedrijfseconomische kanten ervan. Voor mij was dat de ideale combinatie.”
Scheringa Museum voor Realisme
“Eigenlijk heb ik tijdens mijn studie helemaal geen relevante bijbaantjes gedaan, behalve een aantal stages,” vertelt Anne, “maar gelukkig is dat niet in mijn nadeel gebleken. Ik had het geluk dat ik een half jaar na mijn afstuderen kon solliciteren bij het museum van Dirk Scheringa. Dat heette toen het Frisia Museum, en later het Scheringa Museum voor Realisme. Daar ben ik in 2005 komen werken als Junior Conservator.” Het Scheringa Museum, dat inmiddels niet meer bestaat, was gespecialiseerd in interbellum realisme oftewel de magisch realisten en maakte tentoonstellingen over het werk van Carel Willink, Charley Toorop, Pyke Koch, maar ook hedendaagse moderne figuratieve schilders. Een groot deel van die collectie is nu terechtgekomen bij het Museum MORE in Gorssel.
Educatie vormt de basis waarom mensen naar het museum komen: door er van jongs af aan mee in aanraking te komen.
“Bij het Scheringa Museum heb ik niet alleen het vak van tentoonstellingen maken geleerd, maar ook het in praktische zin onderzoek doen naar objecten, kunstenaars, stromingen en maakte ik het registreren en restaureren van aanwinsten van dichtbij mee. Dirk Scheringa was in die tijd een enorm actieve verzamelaar, wat betekende dat er gemiddeld twee aankopen per week gedaan werden. Daardoor keek ik op een bepaalde manier naar de collectie, gelieerd aan het veilingwezen en de kunsthandel.
“Gedurende mijn tijd bij het Scheringa Museum kwam ik zodoende in aanraking met alle kanten van het museale vak, waaronder ook educatie. Dat stond daar al heel hoog in het vaandel. Naast het geven van lezingen en rondleidingen aan volwassenen heb ik nooit direct aan educatieprogramma’s voor de jeugd gewerkt, maar het is als onderwerp altijd wel heel belangrijk voor mij geweest. Educatie vormt immers de basis waarom mensen naar het museum komen: door er van jongs af aan mee in aanraking te komen, zoals dat ook bij mij het geval was. Al met al was mijn tijd bij het Scheringa Museum een hele leuke en dynamische periode waarin ik heel veel geleerd heb.”
In 2009 werd het Scheringa Museum voor Realisme failliet verklaard en kwam Anne plotseling op straat te staan. “Dat was shocking,” geeft ze toe, “maar ook heel leerzaam. Zo besefte ik dat zelfs zo’n mooi particulier museum niet altijd zo stevig gefundeerd is als je misschien denkt of hoopt. Dirk Scheringa gaf met wat hij verdiende ook veel terug aan de mensen en het was een heel populair museum, maar de realiteit was anders.”

ING & Singer Laren
“Omdat ik al vijf jaar in de museumsector gewerkt had en daarbinnen contacten had, rolde ik gelukkig vrij snel door in een tijdelijke opdracht, namelijk het vervangen van de conservator bij de ING Collectie, die met zwangerschapsverlof ging. Veel van de kantoren en postkantoren van ING, plekken waar veel publiek kwam, waren ingericht met kunst. In die periode waren ze net bezig hun kunstcollectie, waarvan een deel gericht was op realisme, op te schonen. De ING heeft toen een grote schenking aan het Drents Museum gedaan van wel tweehonderdvijftig kunstwerken van figuratieve schilders. Onder leiding van directeur Annabelle Birnie, nu directeur bij H’ART Museum, heb ik die schenking begeleid en er een publicatie bij gemaakt. Het was ook heel leerzaam om een kijkje achter de schermen te krijgen van een bedrijfscollectie. En ook nog eens in een periode van transitie, waarin je als bedrijfscollectie moet herformuleren wat nou precies je functie is voor het bedrijf en in de maatschappij. Dat vond ik heel interessant.”
Deze ervaring, in combinatie met haar inhoudelijke kennis, nam Anne mee toen er een vacature vrijkwam bij museum Singer Laren, waar ze de afgelopen vijftien jaar heeft gewerkt. “Dat was natuurlijk fantastisch, om daar als conservator aan de slag te mogen gaan. Om die collectie te leren kennen, tentoon te stellen, om steeds tijdelijke tentoonstellingen te maken die soms maar één schilderij uit de collectie als haakje hadden voor het verhaal wat je vertelde en verder uit bruiklenen bestonden. Dat was opnieuw een hele dynamische periode.
“Toen ik er begon bestond het museumteam bij Singer uit een conservator, een publiciteitsmedewerker, een educator en een projectleider. Pas later is het gegroeid en zijn het grotere afdelingen geworden met verschillende functionarissen. Daarbij is ook het publieksbereik van het museum sterk gegroeid, van honderdvijftigduizend toen ik daar kwam werken naar driehonderdvijftigduizend vorig jaar. Er waren ook verbouwingen: het theater is vernieuwd, en we hebben de uitbreiding van de museumzalen kunnen verwezenlijken met de schenking van Els Blokker.”
Voor mij zal het werken in een museum en het maken van tentoonstellingen nooit vervelen, maar was het wel belangrijk om nu verder te kijken.
In de afgelopen vijftien jaar heeft Anne dan ook aanzienlijke ervaring opgedaan met allerlei kanten van het museumvak. “Ik heb er een enorme groei doorgemaakt, zowel persoonlijk als professioneel. Ik heb geëxperimenteerd met een groter wordende organisatie evenals het leiding geven aan vrijwilligers, en het verwelkomen van nieuwe medewerkers waaronder registrars en collectiebeheerders. Voor mij zal het werken in een museum en het maken van tentoonstellingen nooit vervelen, maar was het wel belangrijk om nu verder te kijken. Ik was toe aan een grotere verantwoordelijkheid.”
Verwey Museum Haarlem
Die kans heeft ze nu gekregen, als kersverse directeur-bestuurder van het Verwey Museum Haarlem. “In deze rol kan ik nog meer mijn helikopterview ontwikkelen en kan nadenken over welke koers belangrijk is voor het museum om te varen,” vertelt Anne enthousiast. “Ik zal dicht bij de inhoud blijven, maar niet meer de tentoonstellingen zelf maken. Ik ga veel meer kijken naar alle aspecten van het museumvak: hoe gaan we om met de publiciteit en educatie? En hoe verhoudt het museum zich tot de andere culturele instellingen in Haarlem? Haarlem is cultureel een enorm rijke stad, en als stadsmuseum is dit een plek waar alle Haarlemmers en iedereen die Haarlem bezoekt moet zijn geweest. Met name onze vaste opstelling, over duizend jaar geschiedenis van Haarlem, is een hele mooie introductie die loopt tot en met de moderne tijd, over de rijke geschiedenis van de stad in economisch, handels- en religieus opzicht. Ook onderwerpen als boekdrukkunst, de bloemenstad, Haarlemse sporters en muzikanten komen aan bod in de verschillende hoofdstukken van die tentoonstelling. Dat leidt tot zoveel enthousiaste reacties. Als mensen de weg naar ons eenmaal weten te vinden, dan zijn ze allemaal laaiend enthousiast over wat ze hier zien.”

Het Verwey Museum Haarlem heeft daarnaast vier zalen op de eerste verdieping waar de collectie van de Stichting Kees Verwey wordt getoond, al dan niet in combinatie met werk van twintigste-eeuwse tijdgenoten of hedendaagse kunstenaars. Voor tijdelijke tentoonstellingen zijn er op de begane grond vier grotere museumzalen en twee kleinere ruimtes waar compactere tentoonstellingen kunnen plaatsvinden.
We zetten een historisch onderwerp in voor een actuele maatschappelijke discussie.
“Daar is nu bijvoorbeeld een fototentoonstelling van de Haarlemse fotograaf Harm van de Poel over Tata Steel, die gaat over het leven in en rond de hoogovens. Als stadsmuseum kunnen we andersoortige onderwerpen zoeken dan een kunstmuseum. Iets meer laagdrempelige en maatschappelijk relevante onderwerpen, die dichter bij de mensen in Haarlem en bezoekers van de stad liggen. We kijken breder naar de regio en willen ook dit soort hete hangijzers en belangrijke onderwerpen in de media belichten. De fotograaf is diep in de wereld van de fabriek gedoken en stelt onder meer vragen over de gezondheids- en klimaatproblemen die de fabriek oplevert en bevraagt wat de toekomst van die fabriek wordt. Dat geeft meteen reacties van mensen uit de buurt en de omgeving van de IJmond, en in de tentoonstelling worden al die verschillende perspectieven belicht. Of je nou bij Tata werkt of actie voert bij Extinction Rebellion, alle stemmen komen aan bod, en we proberen dan ook de dialoog aan te wakkeren. Zo zetten we een historisch onderwerp – de hoogovens die al meer dan honderd jaar bestaan – in voor een actuele maatschappelijke discussie.

“Dat is iets waar Singer Laren, wat echt een museum puur voor beeldende kunst is, minder ruimte en minder aandacht voor was,” legt Anne uit. “Er komen natuurlijk wel altijd dat soort dingen aan bod, zoals de tentoonstelling van Prinses Irene die vorig jaar bij Singer was over hoe de mens zich verhoudt tot de natuur. Maar hier in Haarlem zitten we toch meer op een scherpe, politieke invalshoek, terwijl we tegelijkertijd als museum de neutrale plek willen zijn waar iedereen kan komen en alle verschillende stemmen aan bod komen.”
Momenteel is Anne bezig met de volgende tentoonstellingen die al gepland stonden, maar op de projecten daarna, die nog niet uitstonden, kan zij haar eigen stempel gaan drukken. “Met het team ga ik bepalen hoe we het gaan doen en wat de onderlinge samenhang en afwisseling in de programmering wordt. Daar ligt momenteel de focus op. 2026 is al heel goed voorbereid, dus nu is het zaak om de programmering vanaf 2027 verder vorm te geven en in te vullen.”
Kees Verwey & naamsbekendheid
Sinds drie jaar heeft het stadsmuseum een samenwerking met de stichting Kees Verwey, wat heeft geleid tot de naamsverandering van het museum. “Kees Verwey (1900-1995), waarschijnlijk de belangrijkste Haarlemse schilder van de 20e eeuw, heeft altijd zijn eigenwijze en eigenzinnige weg bewandeld, met een hele expressieve, kleurrijke, lekker vet geschilderde manier van werken. Heel herkenbaar maar ook heel afwisselend. Hij was in de leer bij Henri Boot (1877-1963), een andere belangrijke Haarlemse schilder, en stond bekend als een kleurrijk en interessant figuur. Best wel een mopperkont. Ik praat hier regelmatig met oudere mensen die hem hebben gekend, die allemaal hun eigen herinneringen aan en anekdotes over hem hebben. Dat is erg leuk.
“De samenwerking met de stichting is een kans voor het museum geweest om te zeggen: als stadsmuseum gaan we echt voor het héle cultureel erfgoed. We laten niet alleen de geschiedenis, maar ook de kunst zien. Soms nemen we ook een historisch onderwerp als aanleiding voor een tentoonstelling en reageren we daarop met beeldende kunst, onder meer van hedendaagse beeldende kunstenaars. Dat is een hele logische combinatie, en zo kunnen we als museum op die twee sporen opereren. Wij kunnen dan ook net weer andere dingen doen dan het Frans Hals Museum of het Teylers Museum, dus daarin zitten we elkaar helemaal niet in de weg en vullen we elkaar juist mooi aan.
Uiteindelijk valt of staat alles natuurlijk met de bekendheid van het museum.
“In mijn rol als directeur ben ik ook financieel verantwoordelijk, wat betekent dat ik nu op een andere manier aan het werk ben dan voorheen. Ik zoek niet alleen naar nieuwe onderwerpen zoals ik dat als conservator deed, maar bijvoorbeeld ook naar manieren om het museum meer bekendheid te geven. Als een klein museum dat grotendeels draait op vrijwilligers, zijn we in belangrijke mate afhankelijk van fondsen. We ontvangen subsidie van de gemeente Haarlem, maar voor het organiseren van onze tentoonstellingen zijn we vrijwel volledig afhankelijk van fondsen en begunstigers. Die moeten we zien te borgen voor de toekomst. Dat is weer een hele nieuwe uitdaging voor mij.

“Uiteindelijk valt of staat alles natuurlijk met de bekendheid van het museum. De locatie is al gunstig, omdat Haarlem een heel culturele stad is. Het heeft zelfs een eigen glossy en dagblad, lokale media waarin we heel goed worden opgepakt. Soms kiezen we ook heel bewust voor een onderwerp met een meer landelijke uitstraling, zoals het Kees Verwey jubileumjaar in 2025. Voor zo’n project versturen we persberichten en proberen we zo in allerlei relevante mediabelangstelling te kweken, maar dat lukt niet allemaal met gratis publiciteit. Daarom hebben we in het Verweyjaar met onder andere de stichting extra budget voor publiciteit vrijgemaakt om ook in landelijke dagbladen te adverteren en radiospotjes in te kopen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Je bereikt daarmee toch weer meer publiek uit andere delen van het land, dat regelmatig kunsttentoonstellingen bezoekt met de museumkaart. We proberen dus niet alleen maar lokale bekendheid te vergaren, maar ook een wat bredere regionale en ook landelijke uitstraling te krijgen.”
Anne kijkt ernaar uit om de komende jaren bij Verwey Museum Haarlem aan de slag te gaan, en is momenteel nog niet bezig met wat daarna mogelijk gaat komen. “Dat is misschien ook wel een beetje een bewuste tegenreactie tegen hoe de wereld op dit moment werkt: het idee dat we altijd maar harder, beter, sneller en omhoog moeten. Zo voelt deze stap voor mij niet. Het voelt nu alsof ik kan experimenteren met hoe ik op een andere manier dingen kan benaderen, en tegelijkertijd ga ik ook zorgen dat het hier allemaal goed blijft draaien.”
| Sollicitatietip “Als je van plan bent te solliciteren op een vacature, praat er dan met mensen over. Heb het er met ze over waarom je een baan ambieert, wat je erin aanspreekt, en waarom jij degene bent die het kan doen. Dat is soms lastig wanneer je nog ergens werkt, omdat je doorgaans niet wil dat mensen weten dat je ergens anders solliciteert, vooral als je eigenlijk ergens nog goed op je plek zit. Toch denk ik dat het het waard is om dat wel te doen. Het is belangrijk om met mensen te kunnen sparren die je vertrouwt of die ervaring hebben, dus aarzel niet om iemand te bellen. Oók iemand waarvan je denkt, “oh jee, maar die is directeur…”. Durf dat te doen. En een tweede tip is om vooral jezelf te blijven. Want het ijs breken, of ergens indruk maken, kan ook door bijvoorbeeld iets kleins, persoonlijks over jezelf te delen, wat dan een haakje heeft met de functie of de inhoud ervan. Probeer je privépersoon en je werkpersona te integreren. Soms denk je, als je ergens nieuw komt te werken, dat je continu professioneel voor de dag moet komen en dus altijd serieus moet zijn, maar dat hoeft helemaal niet. Vanaf het begin af aan jezelf zijn is dé manier om af te tasten of een bedrijf of een werkomgeving ook bij jou past.” |
In de rubriek Follow Up geven we gezicht en vervolg aan vacatures waarvoor via onze site is geworven. Heb jij ook een nieuwe baan gevonden via Culturele vacatures en vind je het leuk om mee te doen? Mail naar follow-up@culturele-vacatures.nl!