In een zijstraat achter begraafplaats Père Lachaise in Parijs, waar je eerder een garage verwacht dan een theater, schuilt achter gesloten rolluiken een andere wereld. Lampen flitsen, glanzende kostuums hangen over stoelen, het ruikt naar schmink en koffie. Op het podium wordt in het Spaans, Frans en Engels door elkaar gerepeteerd, terwijl Laurien SHE Snowapple zich halverwege het gesprek transformeert van spijkerbroek naar gouden jurk. Een uur voor aanvang van het festival heerst de bekende backstagehectiek. Het is de start van Jardin Rouge, een vierdaags festival van Snowapple Collective, met theater, muziek, dans, en performancekunst. Tussen het schminken en soundchecken door spreken we drie sleutelfiguren van het collectief: oprichter en artistiek leider Laurien, producer Chloé Chauvet, en communicatiemanager Joy Kowalczyk. Wat betekent het om een festival over grenzen heen te organiseren, en hoe houd je artistieke visie en praktische realiteit in balans?
Wat als je een festival niet bedenkt voor één stad, maar voor meerdere tegelijk? Niet als blauwdruk, maar als levend organisme dat zich aanpast aan de plek waar het neerstrijkt? Jardin Rouge is precies dat. Het beweegt tussen Amsterdam, Parijs en Mexico-Stad, en ziet er in elke stad anders uit. Wat blijft, is de signatuur: een multidisciplinaire aanpak, onverwachte samenwerkingen en een artistieke visie die hand in hand gaat met pragmatische organisatie.
De geografische spreiding van het festival volgt de biografie van het collectief, legt Chloé uit: “De keuze voor deze locaties komt voort uit het levensverhaal van het collectief. Laurien, de oprichter, komt uit Amsterdam – dat was dus de eerste logische stap. Mexico kwam erbij omdat het collectief jarenlang tourde met een Mexicaanse muzikante die zich sterk maakt voor vrouwenrechten. Toen het geweld tegen vrouwen in Mexico toenam, ontstond het idee voor een cultureel huis voor vrouwelijke en gemarginaliseerde makers. Parijs werd later toegevoegd als logische locatie om de nieuwe creatieve koers voort te zetten, mede dankzij de Franse achtergrond van regisseur Eva Schumacher.” Achter de artistieke vrijheid van Jardin Rouge schuilt een manifest: een pleidooi voor samenwerking, culturele uitwisseling en ruimte voor stemmen die vaak niet gehoord worden.

Van trio tot collectief
Snowapple begon veertien jaar geleden als band; drie muzikanten, een platencontract, een tour. “We deden alles zelf,” vertelt Laurien. “Eén geluidsman, één kostuumontwerper, en verder alleen ons drieën.” Maar de artistieke ambities groeiden. “We zijn grotere shows gaan maken, zijn theater en film erbij gaan doen. Ik heb me altijd laten inspireren door artiesten als David Bowie en Laurie Anderson, die meer deden dan alleen zingen. Ze vertelden verhalen, bouwden hele werelden op het podium. Dat wilden wij ook.”
Ik heb me altijd laten inspireren door artiesten als David Bowie en Laurie Anderson, die meer deden dan alleen zingen. Ze vertelden verhalen, bouwden hele werelden op het podium. Dat wilden wij ook.
Een belangrijk keerpunt kwam toen Martijn Grootendorst, artistiek leider van de Roode Bioscoop in Amsterdam, hen uitnodigde in 2023. “Hij zei: ‘Jullie reizen zoveel en ontmoeten overal geweldige artiesten – waarom nodig je die mensen niet uit als jullie weer in Nederland zijn, dan kunnen wij daar ook van meegenieten?’” Zo ontstond het idee voor een festival. Snowapple kreeg een maand lang de ruimte om de Roode Bioscoop als thuishonk te gebruiken. Die maand werd opgedeeld in een residentieperiode waarin met artiesten nieuw werk werd ontwikkeld, en afgesloten met een festivalweekend. “Dat was het begin van Jardin Rouge.”
Met de uitbreiding kwam ook een veranderende structuur. “In het begin deed ik alles zelf: posters ontwerpen, boekingen regelen, de website bouwen. Nu hebben we een ‘office team’: mensen die niet op het podium staan, maar wel actief zijn binnen het collectief. Dat mengt zich trouwens allemaal moeiteloos: bij Snowapple zie je artiesten die ook in het kantoor werken, of mensen van de bar die verkleed naar hun shift komen. Dat maakt het heel leuk – het loopt allemaal door elkaar heen.”

Werken over grenzen
“Het is bijzonder dat we in zoveel verschillende landen spelen,” zegt Laurien. “Dat zie je niet vaak bij Nederlandse gezelschappen. Die internationale spreiding maakt het uniek, maar ook complex: elk land heeft z’n eigen regels voor betalingen, belastingen en subsidies. In Frankrijk werken subsidies heel anders dan in Nederland. En in Mexico verandert het beleid bij elke nieuwe regering,” legt Laurien uit. “Gelukkig hebben we nu vaste teams per land. Die begrijpen hun eigen cultuur en context het best.”
Die internationale spreiding maakt het uniek, maar ook complex: elk land heeft z’n eigen regels voor betalingen, belastingen en subsidies.
Ook de samenwerking tussen die teams vraagt om een heldere structuur. Het Snowapple-team houdt wekelijks een gezamenlijke online vergadering waarin mensen uit Parijs, Amsterdam en Mexico-Stad samenkomen. Dat overleg is niet alleen bedoeld om lopende projecten en deadlines af te stemmen, maar ook om verbonden te blijven met elkaars werkrealiteit. “Het houdt ons menselijk verbonden, niet alleen functioneel,” legt Laurien uit. Daarnaast worden er per project ook tweemaandelijkse check-ins georganiseerd, gericht op praktische voortgang, benodigdheden en prioriteiten.
De meeste mensen die werken aan de organisatie hebben een vaste aanstelling van twee tot vijf dagen per week. Artiesten – op de artistiek leider en regisseur na – werken grotendeels freelance, omdat ze vaak ook aan andere projecten verbonden zijn. “We stimuleren dat iedereen zich breed ontwikkelt,” zegt Laurien. “En wat heel mooi is: bijna alle vaste medewerkers zijn ook naar andere steden gereisd tijdens het festival. Dan helpen ze ineens mee achter de bar of bij de kaartverkoop. Dat doet iets goeds met de vibe – je leert elkaar anders kennen.”

Joelend publiek en lange lunchpauzes
Niet alleen de wetgeving verschilt, ook het publiek en de cultuur vragen om aanpassing. “In Parijs joelt en klapt men midden in een voorstelling. In Nederland wacht men netjes tot het eind,” zegt Laurien. “En in Mexico is het publiek misschien wel het meest expressief. Ze waarderen het enorm als je van ver komt, en duiken er helemaal in.”
Die verschillen zie je ook terug in het dagelijks werk. “In Mexico is een warme lunch van twee uur normaal. Dat betekent automatisch een ander ritme, andere pauzes, een andere manier van samenwerken. In Nederland werken we strakker, meer volgens de klok. Elk team moet dus zijn eigen tempo kunnen volgen.”
In Parijs joelt en klapt men midden in een voorstelling. In Nederland wacht men netjes tot het eind.
Kernteam en lokale teams
Jardin Rouge werkt met een kernteam dat reist, en met lokale teams die per stad betrokken zijn. “Er is een vaste groep die meegaat: een paar artiesten, de regisseur, soms mensen van techniek. Maar de meesten zijn lokaal. In Parijs zijn we met een team van zo’n tien man: productie, communicatie, techniek,” zegt Chloé. “In Mexico hebben ze een volledig autonoom cultureel huis. Dat team draait het hele jaar door.”
De flexibiliteit is noodzakelijk, maar brengt ook uitdagingen met zich mee. “Niet iedereen wil jarenlang op reis zijn. Mensen haken aan voor een project, en dan weer af. Dat betekent voortdurend schakelen,” vertelt Laurien. “We moeten dus werken met heldere communicatie en goed overdraagbare structuren.”

Eén gezicht in drie steden
Elke editie van Jardin Rouge heeft een eigen karakter. Geen copy-paste, maar een doorontwikkeling per stad; dat maakt de communicatie complex. Joy houdt als communicatiemanager overzicht over het geheel. “De grootste uitdaging was om één herkenbare stem te creëren voor alle drie de steden. Mijn taak was om de teams te coördineren en samen met hen af te stemmen hoe we ons visueel en inhoudelijk zouden presenteren. Dat begon bij de ontwerpkeuzes, maar ging ook over de tone of voice en stijl: hoe zorgen we ervoor dat mensen ons herkennen, of ze nu een poster in Parijs zien of een post uit Mexico?” Ook het bereiken van publiek in een stad als Parijs vraagt geduld. “Parijs is een enorme stad, rijk aan cultuur, met een overaanbod aan evenementen. Voor mij als buitenstaander was het best een uitdaging om daar tussen te komen,” zegt Joy. “Wat helpt, is samenwerken met pers en media die actief zijn in de culturele sector en die geloven in wat we doen – dat opent deuren.”
De grootste uitdaging was om één herkenbare stem te creëren voor alle drie de steden. […] hoe zorgen we ervoor dat mensen ons herkennen, of ze nu een poster in Parijs zien of een post uit Mexico?
Artistieke uitwisseling
Kenmerkend aan Jardin Rouge is de mix van disciplines – en de onverwachte ontmoetingen die daaruit ontstaan. “Iedereen komt een keer in actie,” zegt Laurien. “En dan springt ineens iemand anders op het podium. Van dans naar poëzie naar muziek. Dat maakt het dynamisch.”
De inhoud van het programma ontwikkelt zich ter plekke. “Het hangt allemaal af van de sfeer en de connectie tussen de artiesten op dat moment,” zegt Chloé. “Ze worden rond een thema – dit jaar Wilderness Cabaret – samengebracht, maar de invulling is steeds uniek. In Parijs willen we echt een cabaretachtige, relaxte sfeer neerzetten – een plek waar mensen zich volledig vrij voelen om zichzelf te zijn. Tegelijkertijd willen we ze ook verrassen met hoge kwaliteit: performances waarbij ze denken ‘dit heb ik nog nooit gezien’ of ‘dit is écht goed’. Die combinatie van vrijheid en kwaliteit – dat is wat we proberen over te brengen.”

Jardin Rouge is in de loop der jaren artistiek flink geëvolueerd. Elke editie is het resultaat van residenties en langdurig onderzoek rond een centraal thema. “Het is geen evenement dat zich elk jaar herhaalt – het groeit mee met de tijd en met de mensen,” zegt Laurien. De aanpak heeft inmiddels een duidelijke curatoire signatuur: diepgravend, met ruimte voor experiment en maatschappelijke reflectie. “Het is een platform geworden waar ideeën tijd krijgen om te rijpen. Daaruit ontstaan niet alleen voorstellingen, maar ook langdurige samenwerkingen en vriendschappen.”
Chloé ziet het ieder jaar opnieuw gebeuren tijdens de residenties: muzikanten die elkaar ter plekke ontmoeten en zonder voorbereiding samen beginnen te spelen. “Die spontaniteit is echt,” zegt ze. “Er ontstaat iets magisch omdat het niet van tevoren is bedacht.” Joy sluit zich daarbij aan: “Voor mij is het mooiste moment als het publiek binnenkomt en je voelt dat alles samenkomt – de mensen, de energie, de performance. Dan weet je waarom je het doet.”
Voor mij is het mooiste moment als het publiek binnenkomt en je voelt dat alles samenkomt – de mensen, de energie, de performance.
Feminisme en activisme als onderliggende overtuiging
Feminisme en activisme vormen een rode draad in Jardin Rouge – niet als campagnekreet, maar als onderliggende overtuiging. Die wortels zijn zichtbaar in Mexico, waar het collectief meewerkte aan culturele projecten rond vrouwenrechten. “Daar is de strijd onderdeel van het dagelijks leven – het sijpelt door in kunst, cultuur, politiek,” zegt Laurien. Die houding werkt door in het hele festival, of het nu in Amsterdam, Parijs of Mexico plaatsvindt.
De festivals programmeren makers en projecten die dezelfde waarden delen. Soms zichtbaar in de thematiek, soms impliciet, via de stijl en energie van het werk. “Je hoeft niet alles uit te leggen,” zegt Laurien. “De kracht zit juist in de kunst zelf. Een performance, een lied, een scène – die kunnen iets overbrengen wat een pamflet nooit kan.” Ook het speelse karakter van het festival – inclusief elementen als burlesque en cabaret – draagt daaraan bij. “We creëren ruimte waar mensen zichzelf kunnen zijn, en waarin sterke ideeën gedeeld worden zonder dat het zwaar voelt. Het mag ook leuk zijn. Je kunt mensen raken en iets in beweging zetten door ze te verrassen, te laten lachen of ontroeren. Dat is óók politiek.”

Leren van eerdere edities
Wat hebben ze geleerd, na jaren experimenteren? Joy hoeft daar niet lang over na te denken. “Wat ik me realiseer, is dat ik meer tijd nodig heb – om te creëren, om beter na te denken, om meer onderzoek te doen,” zegt ze. “Dat gevoel van tijd tekort is er altijd, zeker als je net begint. Maar nu ik hier geweest ben, weet ik hoe de locatie eruit ziet, hoe de buurt voelt. Dat helpt om ideeën te ontwikkelen.” Voor de volgende editie wil ze zich daarom – naast op heel Parijs – ook meer op de omgeving van Père Lachaise richten. “Iets kleinschaligs en intiems, waar mensen uit de buurt ook naartoe willen.”
Chloé merkt op dat ervaring vooral rust brengt. “Gisteren hadden we onze eerste festivalavond, en ik merkte dat ik een stuk minder gestrest was dan bij vorige edities.” Wat ze leerde? “Zorg dat de pinautomaat het doet vóór je de deuren opent – anders heb je meteen paniek. En op grotere schaal: efficiënt communiceren. Niet te veel, maar wel zó dat het begrepen wordt en dat mensen ook echt doen wat je vraagt.”
Ook Laurien benadrukt het belang van loslaten. “Als je groeit, moet je taken overdragen. Dat is lastig, want je bent gewend om alles op je eigen manier te doen. Inmiddels werk ik met een artistiek jaarplan. Dat geeft richting en ruimte. En ik heb geleerd: improvisatie werkt alleen als je er goed op voorbereid bent. Dat begint met vertrouwen in je team.”
Ik heb geleerd: improvisatie werkt alleen als je er goed op voorbereid bent.
Daarnaast zijn er ook hele praktische lessen. “Vroeger deden we het festival over meerdere weken, steeds op zaterdagen. Dat betekende telkens opbouwen en afbreken – en met alle scenografie, licht en geluid was dat waanzinnig intensief. Nu doen we liever een paar dagen achter elkaar, op één locatie.”

Een theater in elke stad?
Toch blijft het festival onderweg. En dat is geen toeval. “Reizen zit in mijn bloed,” lacht Laurien. “Mijn droom is een eigen theater. Maar dan is de vraag: waar? Dus eigenlijk, een theater in elke stad.”
Voor Laurien ligt het succes van het festival niet in het aantal bezoekers, maar in het effect dat het op mensen heeft. “Voor mij is het geslaagd als mensen echt verrast worden. Als hun verbeelding wordt aangewakkerd en ze met nieuwe ideeën en inzichten naar buiten lopen. Ik hou ervan als bezoekers elkaar ontmoeten – mensen die elkaar normaal misschien nooit zouden spreken, maar hier wel. Als gasten met elkaar of met artiesten van Snowapple in gesprek raken. Die uitwisseling, dat contact, vind ik waardevol.”
Voor mij is het geslaagd als mensen echt verrast worden. Als hun verbeelding wordt aangewakkerd en ze met nieuwe ideeën en inzichten naar buiten lopen.